Meer dan 'dat vind ik gewoon'  |  23-9-2026

Dit kunnen wij: over homoacceptatie en het gesprek in de klas

Het was overal in het nieuws: de homoacceptatie onder jongeren is gedaald. Ik was geshockt, maar niet verbaasd. Best erg dat dit me niet verbaast. Ik denk dat het komt doordat de hele samenleving verhardt en onvriendelijker wordt. We zijn een maatschappij geworden waarin minder ruimte is voor minderheden. Het tolerante Nederland wordt steeds iets minder tolerant. Een nare gedachte, vind ik.

Er wordt nu wederom een beroep gedaan op het onderwijs (en op ouders) om de homoacceptatie te vergroten. Om het gesprek aan te gaan. Lekker makkelijk, dacht ik. Alsof het onderwijs nog niet druk genoeg is. Maar ik dacht ook: dit kunnen wij. Wij, mensen werkzaam in het onderwijs, kunnen het gesprek aangaan. We hebben de tools, de mogelijkheid.

Als het debat verhardt

Maar wat als we toelaten dat politici ongefundeerde uitspraken mogen blijven doen in de media? Waarbij feitelijke onjuistheden worden aangedragen om hun punt kracht bij te zetten. Politici die niets anders op de agenda hebben dan hun achterban opjutten. Hoe moeten wij, leerkrachten, docenten en anderen werkzaam in het onderwijs, dat dan ontkrachten?

Als het publieke debat verhardt en er niet meer wordt opgeroepen tot verdraagzaamheid, hoe kunnen wij dan in ons klaslokaal dat gesprek wél voeren? Ik vind het lastig. En dat is tegelijk een van de grootste drijfveren om te doen wat ik doe.

Mijn tool is theater

De voorstellingen van Tg Zwerm hebben allemaal een soortgelijke opbouw. Ze werken toe naar een hoogtepunt: het moment waarop de ellende voor de personages het grootst is. Dan stopt de voorstelling en begint het nagesprek. Dit doen we expres, want nu hebben de leerlingen iets om over te praten. Ze hebben net meegeleefd met de personages en willen daar graag over praten. Daar maken wij gretig gebruik van.

Het belangrijkste doel is dat de leerlingen hun eigen mening gefundeerd leren vormen. Dat kan dus een heel andere mening zijn dan die van mij. Maar dat ze een mening leren formuleren die meer is dan ‘dat vind ik gewoon’, vind ik enorm belangrijk. Want een open gesprek voeren met niet-gelijkgestemden is best moeilijk. Je mening op feiten baseren en misschien zelfs je mening aanpassen omdat anderen een beter argument hebben: dat vind ik een van de mooiste dingen die gebeuren in onze nabesprekingen.

Het ‘niets’ bevragen

En ik denk dat we dit vaker moeten vragen van onze leerlingen. Misschien is dat lastig met alle polarisatie en alle misinformatie waar veel puberende meningen op gebaseerd zijn. Maar lastig of moeilijk is bij een wiskundesom ook geen argument om ‘m dan maar niet te maken, toch? En als we vaker naar hun mening vragen en die misinformatie bevragen, kunnen we die misinformatie ook meteen ontkrachten. Want waar halen leerlingen hun feiten vandaan in een wereld vol AI, nepnieuws, desinformatie, schreeuwende politici en info van bijvoorbeeld de socials?

Ze hebben meningen die op ‘niets’ gebaseerd zijn. En dit ‘niets’ mogen we blijven bevragen. Bij voorkeur niet met een opgeheven vingertje, daar hebben leerlingen en vooral pubers een bloedhekel aan. En laten we eerlijk zijn: wie niet? Maar in een echt open gesprek. Zie je dit nou helemaal niet zitten? Doe het dan naar aanleiding van een boek, een film, een krantenbericht of een voorstelling. Van docenten horen wij vaak terug hoe knap wij dat gesprek leiden. En vooral hoe fijn het is om er later in een les nog op terug te kunnen grijpen. En het dan te kunnen hebben over de personages en de voorstelling in plaats van over echte voorvallen in de klas.

Een hokjesloze wereld

In een ideale wereld zou het er allemaal niet toe hoeven doen. Zou iemands seksuele voorkeur, maar ook iemands culturele achtergrond of leeftijd, helemaal geen invloed moeten hebben op hoe men naar diegene kijkt. Of nee, ik bedoel: dat er geen waardeoordeel aan wordt gehangen. Want we zijn allemaal mensen en mensen oordelen nou eenmaal. Daar kunnen we niet zoveel aan doen. Maar we kunnen onszelf en de ander wel bevragen op de waarde die we aan die oordelen geven. Ik, als Moluks-Nederlandse vrouw, vind het niet raar om vragen over mijn roots te krijgen. Maar ik vind het wel vervelend als die vragen vanuit een waardeoordeel worden gesteld. En dan vooral als dat oordeel negatief is. Ik ben voor een hokjesloze wereld. Of, als er al hokjes zijn, dat ze zo ruim zijn dat je in meerdere hokjes tegelijk past.

Esther is eigenaar van Op de eerste rij. Ze maakt, schrijft en speelt voorstellingen met Theatergroep Zwerm en is daarbij werkzaam als theaterdocent. Hier schrijft ze over het maken van nieuwe voorstellingen, het lesgeven en haar leven als werkende moeder.