Eén voorstelling, twee werelden, dezelfde pubers | 22-4-2026
Door: Esther Hulst
Elk jaar probeer ik minimaal één keer bij elke acteur te gaan kijken. Zo kan ik beoordelen of de voorstellingen nog werken, of alles technisch goed verloopt en hoe de acteurs het doen. Dit kost veel tijd, want inmiddels werken we met een team van meer dan twaalf acteurs. En om het voor mezelf leuk te houden, wil ik ook graag verschillende voorstellingen zien. Een hele puzzel dus.
Op een woensdag een paar weken gelden was het zover: ik ging op één dag twee voorstellingen bekijken, op twee totaal verschillende scholen. Zo kon ik in één dag zes acteurs aan het werk zien. Dat was behoorlijk efficiënt.
’s Ochtends begon de dag in Montfoort, op een vmbo-school: een school met veel persoonlijke aandacht en veel praktische vakken. ’s Middags reisde ik door naar een gymnasium in Alkmaar, waar juist vooral het hoofd aan het werk is. Groter kan het contrast bijna niet zijn, en toch speelde Theatergroep Zwerm dezelfde voorstelling op beide scholen.
Hoe dat kan? Allereerst zijn pubers, ongeacht hun opleidingsniveau, gewoon pubers. Zowel de vmbo- als de gymnasiumleerling heeft te maken met puberkortsluiting: een brein in ontwikkeling, beïnvloed door hormonale veranderingen. Daarnaast verschillen scholen misschien, maar leerlingen zitten op dezelfde sociale media, gebruiken hetzelfde internet en volgen vaak dezelfde trends. Kortom: pubers lijken verrassend veel op elkaar.
En dan zijn er natuurlijk de sterren van de show: de acteurs. Zij zijn zo goed op elkaar ingespeeld dat ze de voorstelling en personages subtiel kunnen aanpassen aan hun publiek. Dat klinkt als een kleine nuance, maar juist die verfijning zorgt ervoor dat leerlingen zich herkennen in de personages. Het is een kwestie van aanvoelen en ervaring.
Dat geldt ook voor de nabespreking. De basis blijft overal hetzelfde, maar de manier van vragen stellen wordt aangepast aan het niveau van de leerlingen. Voor cognitief minder sterke leerlingen formuleren acteurs vragen eenvoudiger, zodat iedereen kan deelnemen. Op praktijkscholen vragen we bijvoorbeeld niet: “Welk beeld kunnen mensen hiervan krijgen?”, maar: “Wat zouden ze hiervan kunnen denken?” of “Wat voor idee krijgt iemand hiervan?” Het woord ‘beeld’ kan namelijk te abstract zijn en eerder aan een standbeeld doen denken dan aan een idee.
Er zijn nog veel meer manieren waarop acteurs en gespreksleiders de nabespreking afstemmen op hun publiek. We trainen hen daar ook bewust in. Afgelopen woensdag zag ik daarvan het bewijs. De voorstelling in Montfoort verschilde van die in Alkmaar, maar op beide scholen zaten leerlingen geboeid te kijken en deden ze actief mee aan de nabespreking. Op het gymnasium ging het gesprek sneller over abstracte onderwerpen, zoals de ontwikkeling van de hersenen, maar ook op het vmbo kwamen leerlingen hier zelf op.
Het grootste verschil zit misschien wel in de taal die ze gebruiken. Op de vraag waarom de leeftijd waarop je alcohol mag drinken van 16 naar 18 is gegaan, antwoordde een leerling in Montfoort: “Iets met je hersenen, toch? Dat je dom wordt van veel alcohol drinken, zeker als je jong bent.” In Alkmaar zei een leerling: “Je hersenen zijn nog in ontwikkeling en alcohol op jonge leeftijd is dan extra schadelijk.” In essentie bedoelen ze hetzelfde. In beide gevallen prijzen we de leerlingen om hun bijdrage, en in Montfoort vullen we het antwoord aan met extra uitleg, zodat iedereen het goed begrijpt.
Misschien zou je denken dat spelen voor gymnasiumleerlingen makkelijker is dan voor vmbo-leerlingen, omdat zij zich beter kunnen concentreren en stiller kijken. Maar ook dat is niet per se waar. Over het algemeen ligt bij vmbo’ers het hart op de tong en roepen ze alles wat ze denken. Superstorend, zou je misschien denken. Voor ons geldt echter dat we die energie met onze manier van werken kunnen omzetten in een productieve en betrokken nabespreking, waarin iedereen – of bijna iedereen – zijn mening kan geven, vormen en soms zelfs bijstellen. Dat is vaak makkelijker dan een nabespreking leiden met een klas die nauwelijks iets zegt. Want als er weinig energie in een klas zit, kun je die ook moeilijk ombuigen of sturen.
En vergis je niet: ook op gymnasia zitten leerlingen zelden stil te kijken. Ze leven mee, fluisteren onderling wat ze ervan vinden, lachen hard om grappen en geven soms zelfs ongevraagd advies, dwars door een scène heen. Tijdens de nabespreking gaat het er vaak zelfs feller aan toe dan op menig vmbo. Deze leerlingen zijn namelijk gewend om te debatteren en hun mening te verwoorden.
Met de voorstellingen van Theatergroep Zwerm merken we in ieder geval dat de verschillen soms groot lijken, maar uiteindelijk blijven pubers gewoon pubers.
Vervuld van trots ging ik na deze volle dag naar huis. Trots op Theatergroep Zwerm en vooral op de acteurs, omdat ze lieten zien dat de formule werkt.