23 maart 1951 | 24-3-2026
Door: Esther Hulst
Maandag 23 maart 1951, afgelopen maandag precies 75 jaar geleden, zetten mijn opa en oma voet aan wal in Nederland. Aan de Loydkade in Rotterdam. Samen met hun oudste zoon en dochter, een neef en een kind op komst kwamen zij aan in een koud en onbekend land.
Mijn opa, een trotse soldaat, werd bij aankomst ontslagen. Het hele gezin werd, samen met andere Molukkers, in die tijd Ambonezen genoemd, vervoerd naar Woonoord Schattenberg, het voormalige doorgangskamp Westerbork.
Dit markeert het begin van mijn familiegeschiedenis in Nederland. Een geschiedenis die voor velen nog steeds onbekend is en nog altijd geen volwaardig deel uitmaakt van het collectieve geheugen. Regelmatig leg ik uit hoe mijn opa en oma hier terecht zijn gekomen. Dat doe ik graag. Kennis delen is voor mij een essentieel onderdeel van mijn werk, zowel als theaterdocent als theatermaker.
Wat ik wel pijnlijk vind, is dat dit nog altijd zo hard nodig is. Dat er nog steeds zoveel onjuistheden bestaan, of misschien nog erger: onwetendheid, over het koloniale verleden van Nederland. Over de zwarte bladzijden van een gedeelde geschiedenis. Bladzijden waar ik zelf een product van ben. Geboren uit een Molukse moeder en een Nederlandse vader. Zonder die geschiedenis was ik er niet geweest.
Ik denk vandaag niet alleen aan de geschiedenis, de gebroken belofte, de RMS of het gemis van dat tweede thuisland. Ik weiger slachtoffer te zijn van deze pijnlijke en oneerlijke geschiedenis. Want ik ben hier en ik blijf hier. Ik ben een product van deze geschiedenis.
Daarom raakt het mij wanneer mensen zeggen: “het is al zo lang geleden, wat geweest is, is geweest.” Want laten we eerlijk zijn: wat is 75 jaar? Minder dan een gemiddeld mensenleven. De koloniale geschiedenis is geen ver verleden; zij maakt deel uit van onze recente geschiedenis. En daarmee van het heden én de toekomst. Als ik het product ben van die geschiedenis, dan zijn mijn heden en toekomst dat ook. En die van mijn kind.
Ik hoop dat deze gedeelde geschiedenis beter en eerlijker wordt onderwezen dan in mijn eigen schooltijd. Geschiedenis is nooit neutraal; het perspectief wordt bepaald door degene die haar schrijft. Juist daarom is het belangrijk dat er ruimte is voor meerdere perspectieven. Niet uit wraak of om met vingers te wijzen, maar om recht te doen aan de verhalen en ervaringen van alle betrokkenen.
Ik begrijp waarom geschiedenis soms anders wordt verteld dan zij heeft plaatsgevonden. Maar is het niet tijd om dat perspectief te kantelen? Om schaamte om te zetten in waarheid?
Daar wil ik graag aan bijdragen. Via het theater dat ik maak. Via wat ik schrijf. Via de verhalen die ik vertel.
Vandaag voel ik vooral trots.
Trots op mijn opa en oma, omdat zij al snel besloten dat we het hier moesten maken. Omdat ze zo hard hun best hebben gedaan om ons de beste kansen te geven. Omdat ze, ondanks hun enorme heimwee, in Nederland bleven. Omdat hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen hun grootste rijkdom waren—en zij ons wilden zien opgroeien. Wat een veerkracht en doorzettingsvermogen moet je dan hebben.
Trots op mijn moeder, die als 6-jarige geen woord Nederlands sprak en daardoor haar juf niet begreep. Zij wilde dat trauma ons (mij en mijn zusje) besparen en leerde ons daarom alleen Nederlands. En goed ook. Daardoor spreek ik beperkt Moluks-Maleis en heb ik later een cursus Bahasa Indonesia moeten volgen om mij verstaanbaar te kunnen maken in Indonesië. Maar die keuze maakte mijn moeder uit liefde. Omdat ze het beste voor ons wilde. En daar ben ik dankbaar voor.
Trots op het doorzettingsvermogen dat ik heb geërfd. Op de drang om er in elke situatie het beste van te maken. Ik ben dankbaar voor alles wat ik heb en kan, en waarvoor zij hebben gestreden.
Toen ik voor het eerst naar Maluku ging, kwam ik terug met een hart vol heimwee. Het liefst was ik daar gebleven. Maar dat was en is niet de realiteit. Ik moest afstuderen, en mijn hoofddocent zei iets wat ik nooit ben vergeten: “Deze heimwee, deze spagaat, is een cadeau voor het leven. Jij hebt een onuitputtelijke bron van inspiratie. Kijk naar je klasgenoten: zij moeten zoeken naar inspiratie. Maar jij hebt inspiratie voor het leven. Jij hoeft niet te zoeken—je hebt het cadeau gekregen. Dus koester die heimwee en maak er prachtig theater over. En tussendoor mag je best huilen om je heimwee.”
Door die woorden ben ik de spagaat van je thuis voelen in twee landen niet langer als een handicap gaan zien, maar als een verrijking. Ik ben dankbaar voor deze onuitputtelijke bron van inspiratie.
Ik voel dat het tijd is om niet alleen naar het verleden te kijken, maar juist ook naar de toekomst, zonder het verleden te vergeten. Welk verhaal vertellen we over Molukkers van nu? Over de rijke cultuur? De gastvrijheid? Over de spagaat van je thuis voelen in twee moederlanden?
Ik zie het bij generatiegenoten en bij de generaties na mij: koester de cultuur en kijk vooruit.
Daarom maak ik theater. Om nieuwe verhalen te vertellen. Verhalen die voortkomen uit die onuitputtelijke inspiratiebron. Zoals bijvoorbeeld Stamppot en papeda.
“Stamppot en papeda” is een voorstelling waarin twee werelden elkaar ontmoeten, net als bij mij thuis. Met humor, muziek en verhalen neem ik je mee in een mix van culturen, smaken en herinneringen. Soms herkenbaar, soms een beetje anders, maar altijd met een glimlach. Wil je er meer over weten? Klik op de link voor meer info over de voorstelling. Of lees deze eerdere blog waarin ik uitgebreid vertel over hoe deze voorstelling is ontstaan.
Het uitzicht vanaf het strand van Yanain, Hulaliu. Foto: David Meijer