Warm  |  13-11-2016

Warm

Door: Martijn Huitema

Ik probeer net de laatste woorden van de overwinningsspeech van Trump te verwerken als de deurbel gaat. Om half tien ’s ochtends staan ze op de stoep: Os (kort voor Ozman) en Moes (kort voor Mustafa). Dat laatste heb ik overigens zelf verzonnen want al na een minuut blijkt dat Os het woord doet. Moes is de stille vennoot in dit geheel. Hij doet keurig wat Os hem vraagt en uitlegt hoor, hij zegt alleen niets.

Ik laat ze binnen en al snel staan we in het washok. Ik vraag of de heren koffie lusten. ‘Zeker, voor ons allebei een koffie met melk, meneer’, zegt Os. Als ik terugkom met de koffie blijkt de reden dat ik al drie dagen koud douche reeds achterhaald: het expansievat van mijn CV installatie is lek. Na een correcte maar - voor niet technische mensen die om half tien nog half slaperig in hun eigen washok half staan te luisteren - compleet onbegrijpelijke uitleg heb ik het door: het uurtje dat ik met Os en Moes door zal brengen zal me ongeveer een diner kosten. Voor twee. In een driesterrenrestaurant. Met een hele goede fles wijn.

Terwijl ik de financiële schade in gedachten opneem zegt Os: ‘Ja, het is niet niks hè?’. Even denk ik dat hij mijn leed wil verzachten. Gesteund door deze opmerking zeg ik dat een koude douche ook niets is, dus dat ik graag wil dat hij het in orde maakt. Os kijkt me onbegrijpelijk aan. We hebben elkaar niet begrepen. Waar ik dacht aan mijn eigen malaise was Os om half tien ’s ochtends op zoek naar een praatje. Hij bedoelde Trump. Hij vraagt zich af of de wereld nog wel hetzelfde blijft. Al snel raken Os en ik in een diepgaand gesprek over Trump, de verkiezingen, het politieke klimaat in de VS, het politieke klimaat in Nederland, Wilders, werkloosheid, de onvrede onder de Nederlandse bevolking en het hebben van een eigen bedrijf. En dan verteld Os me, tussen de aanwijzingen aan Moes en de telefoontjes van andere klanten door, een mooi verhaal.

De ouders van Os zijn vanuit Marokko naar Nederland gekomen en daar is Os geboren. Os doet het goed: hij groeit op in één van de slechtste wijken van Amsterdam, maar hij is een slimme jongen. Op de basisschool al blijkt dat hij goed kan leren. Hij krijgt een Havo/VWO advies. Maar eenmaal op de middelbare school gaat het mis. Os krijgt slechte vrienden en gaat al snel met de verkeerde jongens om. Zijn schoolresultaten storten in en al snel stroomt hij via havo en VMBO, af naar het speciaal onderwijs: ZMLK. Os’ vader ziet maar één uitweg: voor zijn zoon verhuist hij terug naar Marokko. Os moet mee. Os’ vader begint een bouwbedrijf waar Os voor vijf euro per dag twaalf uur lang zijn rug staat te breken. Na twee maanden ligt Os doodop, uitgedroogd en met een hernia in een Marokkaans ziekenhuis. Als zijn vader hem komt opzoeken stelt hij maar één vraag: ‘Is dit wat je wil?’. Os keert, zodra hij is opgeknapt, terug naar Nederland, haalt zijn VWO diploma en volbrengt een HBO studie techniek. Via veel onderbetaalde loodgietersklussen klimt hij op. Nu heeft hij een eigen bedrijf met vijf medewerkers en neemt hij jongens van de straat onder zijn hoede om ze het vak te leren.

Vijf minuten staan we stil te kijken naar mijn CV installatie die zichzelf langzaam weer vult. Ieder met zijn eigen gedachten: Os denkt aan Trump, Wilders, en hoe het nou verder moet. Moes denkt aan het drukventiel dat hij zojuist vakkundig vastgedraaid heeft. En ik? Ik denk aan de warme douche die Os van zijn vader kreeg en hoe juist Os nu mensen blij maakt met diezelfde warmte.

Martijn is samen met Esther eigenaar van Op de eerste rij. Hier schrijft hij over zijn visie en bevindingen. Over wat hij tegenkomt in zijn werk als muziekdocent en in contact met leerlingen. Over zijn inzichten en wat hem raakt en drijft.