E.K.  |  12-6-2016

E.K.

Door: Martijn Huitema

Het EK voetbal is begonnen. Nu ben ik niet zo’n voetbal fan, maar voor zo’n toernooi ben ik altijd wel te porren. Ik vind het heerlijk om met m’n vrienden te kijken, te analyseren en de wedstrijdschema’s in te vullen. Daarom baal ik ook echt dat Nederland niet mee doet. Wat moeten we nu in de komende maand? Hoe wordt juni ooit nog gezellig?

Toen we laatst met de Nederland supporters samen zaten hadden we het over manieren om de leegte te vullen. De één besloot rigoureus geen wedstrijd te volgen, de ander was voor de winnaar. Maar er waren er ook twee met een andere, meer briljante ingeving: we sluiten ons aan bij een ander land. Na een stemmingsronde was het duidelijk: meteen werden op internet die prachtige rode shirts besteld. En natuurlijk ook de witte met kleine blauwe streepjes, voor als ‘we’ uit spelen. Er was nog maar één probleem. Of, nou ja, een klein obstakel, waarvoor ik al een oplossing had.

Ik werd laatst gevraagd waarom ik sommige kinderen op de scholen waar ik lesgeef koosnaampjes geef. Natuurlijk geef ik ze geen koosnaampjes, ik ben gewoon niet zo goed in namen. Ik zie driehonderd kinderen per week waarvan er misschien vijftig een traditioneel Nederlandse naam hebben. De andere tweehonderdvijftig hebben zowel de meest mooie als verwarrende namen: Su-derientely (ik noem haar Su), Johannadestiny (ik noem haar Jo) of Kae’shendrison (juist, hem noem ik K). Toen ik hiermee begon merkte ik dat het voor mij niet alleen makkelijker te onthouden is, het heeft ook een praktisch nut: probeer maar eens een kind met een naam van zeven lettergrepen te waarschuwen voor een aanstormende medekleuter die denkt dat ie een ridder is…

Het restte mij en mijn vrienden dus om de exotische namen als Oguzhan Özyakup en Hakan Çalhanoglu af te korten, en de opstelling uit ons hoofd te leren. Ik heb voor de zekerheid nog even gecheckt bij Mohammed (5jr.) of het okay was dat tien Hollandse kaaskoppen zich zouden scharen achter het nationale elftal van het land waar zijn vader geboren is. Mohammed bleek helemaal niet bezig met nationaliteit of de gevoeligheden binnen culturen. Zijn antwoord? ’Meester, maar heeft u dan wel een goede toeter op uw auto, want u moet wel toeteren hè, als we winnen.’

Was iedereen maar zoals Mo: hartverwarmend en grenzeloos lief.

Martijn is samen met Esther eigenaar van Op de eerste rij. Hier schrijft hij over zijn visie en bevindingen. Over wat hij tegenkomt in zijn werk als muziekdocent en in contact met leerlingen. Over zijn inzichten en wat hem raakt en drijft.